Naar de inhoud

Home / Woordenlijst / Pacemaker bij crematie

Kennisbank

Pacemaker bij crematie

Een pacemaker of ICD moet voor een crematie uit het lichaam worden verwijderd

Praktisch

Heeft een overledene een pacemaker of een ICD (een inwendige defibrillator), dan moet dat apparaat voor een crematie worden verwijderd. De batterij kan bij de hoge temperatuur in de oven ontploffen. Dat is gevaarlijk voor de medewerkers en kan de oven beschadigen.

Het verwijderen is een kleine, zorgvuldige ingreep. Meestal doet de uitvaartverzorger dit, volgens een vaste richtlijn; soms gebeurt het in het ziekenhuis of door een arts. Het litteken is na de verzorging niet te zien. Bij een ICD wordt het apparaat bij voorkeur al voor het overlijden uitgezet, zodat het in de laatste fase geen schokken meer geeft.

Bij een begrafenis hoeft het apparaat niet te worden verwijderd. Andere implantaten, zoals een heupprothese, kunnen gewoon mee in de crematie; die metalen worden na afloop uit de as gehaald.

Waar moet je op letten?

  • Meld bij het eerste gesprek met de uitvaartverzorger dat er een pacemaker of ICD is.
  • Vraag wie het apparaat verwijdert en of daar kosten aan verbonden zijn.
  • Het apparaat wordt ingeleverd en verwerkt; je hoeft er zelf niets mee.

Veelgestelde vraag

Moet een ICD voor het overlijden worden uitgezet?

Dat is wel verstandig. Een ICD kan in de laatste fase schokken geven die niet meer helpen en onrust geven. Bespreek het uitzetten met de cardioloog of huisarts. Lees ook ons artikel waarom een pacemaker verwijderen na overlijden?

In het kort

Bij crematie

Verplicht verwijderen

Bij begrafenis

Niet nodig

Wie verwijdert

Meestal de uitvaartverzorger

Bronnen

Zie ook